METSELBEDRIJF THOEN IN DE MEDIA

 

Eigen personeel opleiden loont

 

‘Ik heb Stefan opgeleid tot een volwaardig vakman’

 

Van onhandelbare leerling tot perfecte werknemer. Stefan Matla wilde op 15-jarige leeftijd al niet meer naar school. Via reïntegratiebedrijf Werkplan kwam hij als WIW’er terecht bij metselbedrijf Thoen. Inmiddels heeft Matla een vaste baan bij het metselbedrijf. “En zo’n vakman zou in heel Nederland direct aan de slag kunnen”, vindt George Thoen, eigenaar van het metselbedrijf.

 

Gesubsidieerd werk staat in Nederland flink onder druk. Dat is zonde, vindt Thoen die vóór de komst van Matla ook al een WIW’er opleidde tot een volwaardige vakman. Door de subsidieregeling loont het immers om veel tijd en energie te steken in nieuwe mensen. Natuurlijk moet je investeren in de begeleiding, maar Thoen heeft inmiddels in de praktijk ondervonden dat dat op de lange termijn loont. “Het eerste wat ik te horen kreeg over Stefan was: ‘ik heb nou een artiest voor je, daar is geen land mee te bezeilen’. Ik heb meteen gezegd: laat ‘m maar komen, we gaan gewoon aan de slag met hem. En ik moet zeggen: het ging vanaf de eerste dag perfect. In het begin kon hij nog helemaal niks, maar hij wilde wél.”

Voor Stefan Matla was ‘school’ een straf en ‘werken’ een verlossing. Via spijbelopvang ‘De Wissel’ moest hij naar Werkplan, waar hij direct zei waar het op stond. “Ik heb altijd gezegd: als ik aan het werk kan, heb je nooit meer last van me.” De afgelopen vijf jaar heeft Matla woord gehouden. Bij Werkplan kwamen begeleiders regelmatig licht bezorgd vragen of het wel allemaal goed ging. Ja, dus, zegt Thoen. “Vijf jaar geleden heb ik, tegelijk met Stefan, mijn oudste zoon Bob opgeleid. Na een jaar hadden ze het aardig in de gaten. En nu vormen ze samen een perfect ploegje.” Metselbedrijf Thoen is gespecialiseerd in het restaureren van metselwerk (bijvoorbeeld bij molen De Roos), maar heeft ook volop werk aan nieuwbouwprojecten. En Matla heeft het, vijf jaar na zijn eerste kennismaking met Thoen, nog altijd perfect naar z’n zin. “Anders was ik wel vertrokken. Als ik het ergens niet naar m’n zin heb, ben ik weg.”

 Topprestatie

 Thoen waardeert zijn jonge team vandaag de dag extra. “Ik zit zelf al een tijdje in de lappenmand vanwege hemochromatose, een teveel aan ijzer in het lichaam. Dus het komt erop neer dat die twee jongens samen het bedrijf overeind houden. En dat doen ze prima. We hebben werk zat en die jongens leveren topprestaties.”

“Ik herken wel een aantal dingen van Stefan in mezelf, misschien dat het daarom vanaf het begin klikte. En ik moet zeggen dat ik het ook leuk vind om met jongen mensen te werken. Er wordt nogal eens gescholden op de jeugd van tegenwoordig. Nou, wat ik hier om me heen zie, heb ik alleen maar goede ervaringen. Na de zomervakantie krijgen we weer een nieuwe jongen.”

De eigenaar van het metselbedrijf vindt het jammer dat ‘gesubsidieerd werk’ in het verdomhoekje zit. Als Thoen ruimte voor nieuw personeel zou hebben, zou hij zó weer een WIW’er opleiden. “Ik denk dat het vaak ligt aan onbegrip. Kijk naar Stefan, die bij ons is uitgegroeid tot een gezonde, vrolijke, sterke vent. En hoewel hij een vreselijke hekel heeft aan school, heeft hij inmiddels wél zijn veiligheidscursussen gehaald. Vijf jaar geleden vonden ze dat hij nergens voor geschikt was. Nu zou ik de tranen in m’n ogen krijgen als Stefan weg zou gaan.”

 

Tekst: Leo van Marrewijk